Door mijn werk kom ik op plaatsen waar de meeste mensen niet
komen. Dat beschouw ik als een groot voorrecht. Het afgelopen jaar had ik
bijzondere ontmoetingen met doodgewone mensen in de Gillisbuurt. Ik kende de
buurt alleen van naam. Ik had er geen kennissen en er zijn geen voorzieningen die
me uitnodigen om mijn veilige, vertrouwde omgeving te verlaten. Waren die er
maar, dan zou iedereen met eigen ogen kunnen zien dat het negatieve imago van
‘Gillis’ niet klopt met de werkelijkheid. Het is wèl een fascinerende wijk. Als
blanke vrouw heb je het gevoel dat je een vreemde, onbekende wereld
binnentreedt. Maar ik werd er gastvrij ontvangen. Inmiddels ben ik er uitgenodigd
voor Oud en Nieuw, een barbecue en een Iraanse maaltijd. Ik voel me vereerd dat
al deze mensen mij een kijkje in hun leven boden. Wat ik hoorde en zag heeft me
verbaasd en soms ook ontroerd. Hoe lukt het om met zoveel verschillende
culturen samen te leven op een paar vierkante kilometer? Hoe houdt je de moed
erin bij tegenslagen? Hoe bouw je een bestaan op als je de taal onvoldoende
beheerst of door je persoonlijke achtergrond niet de energie hebt om een goede
invulling te geven aan je bestaan? Ik ben onder de indruk geraakt van de veerkracht
van de bewoners, die soms maar een heel klein zetje nodig hebben om met meer
zelfvertrouwen de sprong naar zelfstandigheid te maken. Ik bewonder de kinderen,
die met een blije en onbevangen blik naar de toekomst kijken. En ik doe een
schietgebedje dat ze de kans krijgen om hun talenten te ontwikkelen en uit te
groeien tot krachtige mensen, die een waardevolle rol kunnen spelen in onze
samenleving. Wie weet woont hier in ‘Gillis’ de nieuwe Barack Obama of Oprah
Winfrey. Geloof me, de Gillisbuurt is geen achterstandsbuurt. Het is een buurt
vol beloftes.
Posts tonen met het label Gillisbuurt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gillisbuurt. Alle posts tonen
woensdag 5 februari 2014
Bij ons aan de Chopinlaan: Broers
De man trekt zijn muts over zijn hoofd en knoopt zijn warme
jas dicht. Je zou denken dat hij na dertig jaar wel gewend zou zijn aan de
Nederlandse herfst en winter, maar telkens laat hij zich verrassen door de
invallende kou. Straks, in Suriname, zal hij er geen last meer van hebben. Hij
gaat terug, heeft hij gezegd. Terug naar zijn wortels. ‘Ik heb mijn bijdrage
aan de maatschappij geleverd. Ik ga nu lekker genieten.’ Hij is over de zestig.
Vorig jaar raakte hij zijn baan kwijt en hij kwam niet meer aan de slag. Hij moest
erg wennen aan de nieuwe situatie. Hij had zijn hele leven gewerkt. Thuis
kwamen de muren op hem af. Vrijwilligerswerk werd zijn redding. Zes maanden
lang werkte hij met veel plezier als parkeerwacht bij het Reinier de Graaf
Gasthuis en hij maakt deel uit van het buurtteam in de Gillisbuurt. Dit team van
vrijwilligers spreekt buurtbewoners aan op hun gedrag, organiseert
schoonmaakacties en neemt contact op met de gemeente als er zaken geregeld
moeten worden. ‘Met onze persoonlijke aanpak proberen we de mentaliteit van de
mensen te veranderen.’ Dat lukt, al gaat er veel tijd overheen. Het is een
kwestie van geduld en tolerantie. Vanwege de vele culturele achtergronden
verloopt de communicatie met buurtbewoners nu eenmaal moeizaam. Zelfs binnen
het buurtteam ontstaan soms misverstanden omdat iemand per ongeluk wel eens iets
anders zegt dan hij bedoelt. Maar het komt ook voor dat iemand door zijn
culturele achtergrond een heel andere kijk op de dingen heeft. ‘Daar moet je
niet boos over worden. Daar kun je juist van leren.’ De negen leden van het
buurtteam kunnen prima met elkaar opschieten. Het is een bont gezelschap van Nederlanders,
Surinamers, Turken, Marokkanen en
Somaliërs. Ondanks de cultuurverschillen en taalbarrières is de onderlinge band
hecht. ‘We gaan als broers met elkaar om.’ Hij zal ze missen, straks in
Nieuw-Amsterdam.
Bij ons aan de Chopinlaan: In hetzelfde schuitje
‘No man is an island’, schreef John Donne. Ik moet aan de 17de-eeuwse
dichter denken als ik afscheid neem van een Somalische vrouw die inspirerend
kan vertellen over haar leven in de Gillisbuurt. Niemand is een eiland. We
maken allemaal deel uit van een groter geheel. Ze was twintig toen ze verhuisde
naar Nederland. Ze was nog jong en flexibel, nam enthousiast taallessen en
omarmde haar nieuwe vaderland. Ze werkt op basisschool De Horizon, waar ze ooit
als vrijwilliger begon. ‘Ik wilde niet thuis zitten. Ik wilde iets doen, maar
ik wist niet waar te beginnen. Ik kende geen kip. Gelukkig had ik een leuke klik
met de juf van mijn zoon. Zij betrok me bij allerlei activiteiten. Als je één
persoon kent, komt de rest vanzelf.’ Werken bij de Horizon hielp haar met inburgeren.
Ze leerde de taal en sloot vriendschap met andere moeders. ‘We zijn een soort
familie van elkaar geworden. Er is veel eenzaamheid onder allochtonen. Veel mensen
hebben hun familie en vrienden achtergelaten in hun vaderland. Ze moeten hier helemaal
opnieuw beginnen: werk vinden, de taal leren, vrienden maken. Juist dan heb je
elkaar hard nodig. We helpen elkaar om samen een nieuw leven op te bouwen.’ Dan
moet de ander die hulp natuurlijk wèl toelaten. ‘Sommige mensen zijn te trots
om hulp te vragen, of ze hebben er de energie niet voor. Maar we zitten allemaal in hetzelfde
schuitje. We kunnen elkaar op allerlei manieren helpen. De één is misschien wat
mondiger of weet al wat beter de weg naar nuttige instanties. Ik neem graag mensen mee naar buurtactiviteiten.
Die zijn heel erg belangrijk. Je ontmoet er nieuwe mensen, je leert er dingen
te ondernemen. Natuurlijk is dat in het begin hartstikke eng. Daar is lef voor
nodig. Dat heeft niet iedereen. Daarom is het zo belangrijk om lotgenoten om je
heen te hebben.’
Bij ons aan de Chopinlaan: 'Zusterwijk Gillis'
Hij is er niet opgegroeid, maar kent de buurt van vroeger,
toen hij er regelmatig kwam voetballen. ‘Gillis’ won altijd. Waren ze gewoon
beter? Konden zij vaker oefenen op één van de vele trapveldjes in de buurt? Hij
weet één ding zeker: als er een voetbaltoernooi zou worden georganiseerd tussen
de verschillende Delftse buurten en wijken, dan werd ‘Gillis’ kampioen. Sinds kort
is hij er weer terug. Als vrijwilliger bij helpt hij bij de organisatie van
allerlei Kan Wel!-projecten voor de jeugd. Hij was nieuwsgierig geworden naar
de buurt, geprikkeld door berichtgeving in de media en het gemak waarmee mensen
zich op verjaardagsfeestjes een oordeel aanmeten over een stukje Delft waar ze zelf
nog nooit zijn geweest. Hij wilde met eigen ogen zien wat er in de buurt aan de
hand is, praatte met mensen, verdiepte zich in hun achtergrond. Hij ziet hun problemen,
maar ook de kansen en de successen die zijn geboekt. Het is te makkelijk om de
problemen van de Chopinlaan op te hangen aan het feit dat er veel minderheden
wonen, vindt hij. In blanke buurten gaan of gingen er ook dingen mis. Hoe was
het twintig jaar geleden in de Wippolder, in Betondorp in Amsterdam of in de
Haagse Schilderswijk? De Gillisbuurt is een wereld op zich, dat zeker. Een
buurt waar bewoners zich meer één voelen dan in menig andere Delftse wijk. Zo’n
sterk wij-gevoel kan mensen ook afschrikken. De Gillisbuurt is een enclave met
een onzichtbare muur eromheen. Mensen uit ‘Gillis’ zouden hun buurt wat vaker
moeten verlaten en andere Delftenaren zouden er eens heen moeten gaan. Dit kan een
einde maken aan veel misverstanden, onbegrip en misplaatste arrogantie. Ik stel
voor dat we alle internationale stedenbanden opdoeken en al onze energie steken
in uitwisselingen met ‘zusterwijken’ dicht bij huis. Ook daar kun je werken aan
vriendschap, integratie en wederzijds begrip tussen verschillende culturen.
vrijdag 26 april 2013
Bij ons aan de Chopinlaan: Welkom Buren!
Verhuizen is spannend. Tussen welke mensen kom je te wonen?
En hoe leg je op een ontspannen manier contact met je nieuwe buren?
In Nederland is het de
gewoonte dat nieuwe buren zich komen voorstellen. Daarna ga je eens bij elkaar
op de koffie en voor je het weet geef je elkaars plantjes water tijdens
vakanties. Elk land heeft zo zijn eigen tradities op dit gebied. De Nederlander
verwacht dat de nieuwe buren aanbellen, in Turkije is het gebruikelijk dat de nieuwe bewoners hartelijk
worden ontvangen. Buren bieden hun hulp
aan, brengen iets te eten of drinken. Als dat niet gebeurt, is dat pijnlijk.
De nieuwkomer voelt zich dan niet geaccepteerd. Tja, je moet het maar weten.
Toen een Turks gezin in de Gillisbuurt kwam wonen, stonden er geen buren klaar
om hen welkom te heten. Ze voelden zich overduidelijk niet welkom en klaagden
erover bij de complexbeheerder. Die kende echter ook de andere kant van het
verhaal. De Nederlandse buren óók boos. Waarom waren de nieuwkomers zich niet
komen voorstellen? Ook zij voelden zich niet prettig met deze anonimiteit en
hadden hierover hun beklag gedaan bij de complexbeheerder. Die stelde voor dat zij
alsnog het initiatief zouden nemen. Geen sprake van: het initiatief moest komen
van de nieuwkomers. De Turkse buren waren evenmin bereid hun trots in te slikken.
Zo had de irritatie nog lang kunnen duren. Op zulke momenten begin je te begrijpen
waarom aan sommige conflicten in de wereld nooit een einde komt. De
complexbeheerder gaf niet op en bleef met beiden in gesprek. Uiteindelijk heeft
de Nederlandse familie de eerste stap gezet en aangebeld bij de buren. Ze
legden uit dat er sprake was van een misverstand. Het ijs was gebroken. Ze
mochten meteen aanschuiven voor een Turkse maaltijd. Sindsdien leven de buren vredig
samen. Volgende keer een lekkere Hollandse stamppot na een slopende verhuisdag?
Trudy van der Wees
Deze column is eerder verschenen in Delft op Zondag en is mede mogelijk gemaakt door Woonbron Delft
Abonneren op:
Posts (Atom)