De man trekt zijn muts over zijn hoofd en knoopt zijn warme
jas dicht. Je zou denken dat hij na dertig jaar wel gewend zou zijn aan de
Nederlandse herfst en winter, maar telkens laat hij zich verrassen door de
invallende kou. Straks, in Suriname, zal hij er geen last meer van hebben. Hij
gaat terug, heeft hij gezegd. Terug naar zijn wortels. ‘Ik heb mijn bijdrage
aan de maatschappij geleverd. Ik ga nu lekker genieten.’ Hij is over de zestig.
Vorig jaar raakte hij zijn baan kwijt en hij kwam niet meer aan de slag. Hij moest
erg wennen aan de nieuwe situatie. Hij had zijn hele leven gewerkt. Thuis
kwamen de muren op hem af. Vrijwilligerswerk werd zijn redding. Zes maanden
lang werkte hij met veel plezier als parkeerwacht bij het Reinier de Graaf
Gasthuis en hij maakt deel uit van het buurtteam in de Gillisbuurt. Dit team van
vrijwilligers spreekt buurtbewoners aan op hun gedrag, organiseert
schoonmaakacties en neemt contact op met de gemeente als er zaken geregeld
moeten worden. ‘Met onze persoonlijke aanpak proberen we de mentaliteit van de
mensen te veranderen.’ Dat lukt, al gaat er veel tijd overheen. Het is een
kwestie van geduld en tolerantie. Vanwege de vele culturele achtergronden
verloopt de communicatie met buurtbewoners nu eenmaal moeizaam. Zelfs binnen
het buurtteam ontstaan soms misverstanden omdat iemand per ongeluk wel eens iets
anders zegt dan hij bedoelt. Maar het komt ook voor dat iemand door zijn
culturele achtergrond een heel andere kijk op de dingen heeft. ‘Daar moet je
niet boos over worden. Daar kun je juist van leren.’ De negen leden van het
buurtteam kunnen prima met elkaar opschieten. Het is een bont gezelschap van Nederlanders,
Surinamers, Turken, Marokkanen en
Somaliërs. Ondanks de cultuurverschillen en taalbarrières is de onderlinge band
hecht. ‘We gaan als broers met elkaar om.’ Hij zal ze missen, straks in
Nieuw-Amsterdam.
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Suriname. Alle posts tonen
woensdag 5 februari 2014
Bij ons aan de Chopinlaan: Heimwee
Ze is graag buiten. Dus zit ze
vaak op haar balkon, met een sigaartje. Soms roept ze iets naar beneden, naar
de jongeren die zich op het plein ophouden. Ze roept ze tot de orde of maakt
juist grapjes. Ze weet: humor breekt altijd het ijs. De meeste jongeren kent ze
bij naam. En zij haar. Ze is één van de waardevolle buurtbewoners op wie
Woonbron altijd een beroep kan doen als er iets moet worden georganiseerd in de
wijk. Zelf heeft de Surinaamse er ook geen moeite mee om iemand om hulp te
vragen. Als de computer kuren heeft, schakelt ze de bovenbuurman in; als er
zware meubelen moeten worden verschoven, klopt ze bij iemand anders aan. En iedereen staat altijd klaar. Omdat ze het vriendelijk en respectvol vraagt. Zij
vindt dat de normaalste zaak van de wereld: ‘Je moet uiteindelijk allemaal door
één deur, dus je kunt maar beter zorgen dat je het gezellig hebt met elkaar.’
Ze woont al 33 jaar aan de Chopinlaan. Ze dacht er de rest van haar leven door
te brengen, maar ze gaat nu toch weg. Terug naar haar geboorteland. Vroeger
ging ze er elk jaar drie maanden naartoe, in de winter. Tegenwoordig is het
wettelijk toegestaan om maximaal vier weken daar te zijn. Dat vindt ze te kort.
Zeker nu ze wat ouder wordt. De Nederlandse winters deprimeren haar. De kou
kruipt in haar botten en ze vreest de eenzaamheid van de oude dag. Heimwee
drijft naar terug naar Suriname, waar ze familie en vrienden heeft die haar
nodig hebben. Zonnig Suriname, waar de mensen vrolijk zijn en je met slechts een
aow-uitkering op een aangename manier oud kunt worden. Het is leuk om in een
wijk met allerlei culturen te wonen, maar tegen heimwee is geen kruid gewassen.
Zelfs na 33 jaar.
Abonneren op:
Posts (Atom)